Veertig jaar bij dezelfde werkgever, dat is tegenwoordig bijna onvoorstelbaar. Voor René van de Pavert is het de gewoonste zaak van de wereld. Toch stond hij er zelf ook even van te kijken, toen zijn collega’s hem onlangs thuis kwamen ophalen om hem te verrassen. ‘Zelf besef je het nog niet eens zo’, zegt René nuchter. ‘Maar de reacties van collega’s, buren en klanten maakten wel indruk. Dan dringt pas door hoe bijzonder het eigenlijk is’.
Van potjes planten tot hertenweide
Na de middelbare tuinbouwschool in Nijmegen waren zijn allereerste dagen bij Oscar’s Groen even wennen. Het tuincentrum was net geopend. ‘De eerste weken bestonden vooral uit plantjes oppotten en water geven en prijzen maken. Maar het werd al snel veelzijdiger, want het hovenierswerk kwam ook op gang’.
Als je terugdenkt aan het hovenierswerk, is er een tuin die je hebt aangelegd in die 40 jaar waar je echt trots op bent? ‘Jazeker, zegt René, ‘daar hoef ik niet lang over na te denken. Dat was in de beginjaren nog. Een enorme tuin hier niet ver vandaan. Ik kom daar heel af en toe wel eens langs. En wat ik heel mooi vind, het was twee hectare met natuurlijke vennen. Wij hebben daar de beplanting en bomen geplant. Vijfentwintig bomen, echt heel dik, van 20-25, noemen ze dat, staat voor de stamomtrek van 20 tot 25 cm gemeten op 1 meter boven de grond. Die vijfentwintig bomen, dat was voor die tijd best uniek. Later is er zelfs een hertenweide bijgekomen.’
Vakmanschap door de jaren heen
In veertig jaar zag René het hoveniersvak flink veranderen. ‘Vroeger deden we veel met de hand, met schop en kruiwagen. Tegenwoordig is er veel meer techniek en zijn de machines moderner. Dat maakt het werk lichter. De basis blijft wel hetzelfde: je moet liefde voor het groen hebben en plezier in het buiten werken’. En niet te vergeten, de ontwikkelingen in het vakgebied goed bijhouden, want die gaan snel.
Trots op projecten en mensen
Wat maakt dat hij al die jaren bij Oscar’s Groen bleef? René glimlacht: ‘Het is zo mooi om de groei te zien die we in 40 jaar samen hebben gerealiseerd’.
‘Ik ben dus met Oscar samen gestart. En dan komen er op een gegeven moment collega’s bij en gaan weer weg. Eén collega is er nu nog steeds, die werkt er ook al bijna 30 jaar. Dat is ook bijzonder. Weer later komt Oscar’s dochter Heidi in de zaak. En daar had ik wel zoiets van… hoe pakt dat uit? Omdat je toch al jaren je eigen ding gedaan hebt. Maar dat is alleen maar in positieve zin goed gegaan. Ik vind het leuk en belangrijk om haar en de andere collega’s te ondersteunen’.
‘Het mooiste is dat je met collega’s iets moois neerzet waar mensen blij mee zijn. Of het nu een tuin bij particulieren is of een groot project voor de gemeente, je ziet direct resultaat. Daar doe je het voor’.
De koekjes moeten op
Heb je nog een leuke anekdote? ‘Jazeker’ zegt René ‘en een heel belangrijk les ook. Oscar zei altijd, als je aan het werk bent bij mensen en er worden koekjes neergezet, moet je de koekjes allemaal opeten, anders krijg je de volgende keer niks meer. Dus dat heb ik maar gedaan, al 40 jaar lang nu’. Hij lacht er smakelijk bij.
Je blijft leren
Wat bijzonder is, als je hier 40 jaar werkt, dat je met verschillende generaties binnen Oscar’s Groen hebt gewerkt. Hoe heb je dat ervaren? Hoe vind je dat?
‘Ik blijf nieuwsgierig naar nieuwe dingen. Je leert nog altijd bij. Alles wat de huidige jonge jongens doen die van school komen, dat hoeft niet verkeerd te zijn. Ik bedoel, je kunt daar als andere generatie ook naar kijken van, kan ik daar wat mee? Ik ben niet zo van, jammer, ik ga dat niet doen. Ze zijn heel mondig tegenwoordig, maar ik probeer wel wat aan te nemen van ze’.
Zorg om de toekomst
Toch maakt René zich ook een beetje zorgen. ‘Laatst hoorde ik dat er nog maar zeven leerlingen in de klas zaten op de land- en tuinbouwopleiding. En je moet bedenken dat het aantal tuinen juist toeneemt en de mensen zelf steeds ouder. Dan vraag je je af: wie gaat dat allemaal doen? Het onderhoud van bestaande tuinen zal altijd voorrang moeten krijgen, maar dat betekent misschien wel dat de aanleg van nieuwe tuinen straks achteraan de lijst komt. Het zou mooi zijn als meer jongeren dit vak ontdekken, want er ligt genoeg werk en het is prachtig werk’.
Heb je nog een advies voor de jongere generatie?
‘Het was ongeveer 20 jaar geleden, toen heb ik een hernia gehad. En dat zijn toch dingen van, ja, dat kun je voorkomen. Niet altijd, maar vaak is het ook onbezonnenheid. Gelukkig wordt er tegenwoordig meer op gelet, maar mijn advies is, denk aan je lichaam en volg de aanwijzingen op. Het is een mooi vak, maar ook zwaar. Hou daar rekening mee’.
De rode freesmachine
Ons gesprek zit erop. René begeleidt me naar de uitgang. We lopen via de ruimte waar alle machines staan en hij wijst me op een prachtige rode freesmachine, in de verre hoek. ‘Die machine hebben we al 40 jaar, niet kapot te krijgen’. We lopen door en ik denk ‘net als jij René!’







